Oorzaken van hersenletsel
Niet-aangeboren hersenletsel kan door meerdere oorzaken ontstaan:
· Een trauma van buiten, bijv. een val, auto-ongeluk, waarbij de schedel intact blijft
· Een voorwerp van buiten dringt de hersenen in, waardoor ook sprake is van schedelletsel, ook bijv. schedelbreuk
· Door een inwendige oorzaak, bijv. een bloeding, een infectie, een tumor, vergiftiging
Gevolgen van hersenletsel
De gevolgen van hersenletsel zijn voor iedereen verschillend, afhankelijk van de plaats van beschadiging in de hersenen, de ernst van de beschadiging. Er vindt zelden een enkelvoudige beschadiging plaats, dus er is bijna altijd sprake van een combinatie van overgebleven en verdwenen en verstoorde vaardigheden, waarbij de verschillen in niveau tussen wat iemand nog wel kan en wat iemand niet meer kan heel groot kunnen zijn. Veel mensen hebben ook voor de buitenwereld onzichtbare restverschijnselen.
Somatische gevolgen
Vegetatieve gevolgen
· Problemen met ademhaling, bloeddruk, temperatuur, stofwisseling
· Verhoogde vermoeibaarheid
· Stoornissen in de hormoonhuishouding
· Stoornissen in slaap/waakritme
Neurologische gevolgen
· Epilepsie
· Vergrote hersenholtes
· Letsel in zenuwbanen
Sensorische gevolgen
Uitval of overgevoeligheid, evt. extra waarnemingen
· Reukvermogen
· Gezichtsveld
· Gevoelsvermogen
· Gehoor
· Evenwicht
Motorische gevolgen
· Spasticiteit
· Onwillekeurige bewegingen
Psychische gevolgen
We onderscheiden kennis en begrip (intelligentie), het denkvermogen (cognitie), de persoonlijkheid en het gedrag.
Intelligentie
het is vaak moeilijk vast te stellen welke kennis iemand nog heeft na het hersenletsel. Vaak is het begripsvermogen verstoord geraakt, maar is veel kennis van voor het letsel nog aanwezig. Hierbij moeten we kennis op het gebied van taal en op het gebied van ruimtelijk-visuele kennis onderscheiden, omdat beide in andere hersengebieden plaatsvinden.
Cognitie
dit gaat over de processen van informatieverwerking in het dagelijks leven. Ook het vermogen om nieuwe dingen te leren. We onderscheiden daarin de volgende begrippen:
· Orientatie in tijd, plaats en persoon
· Aandacht en concentratie
· Tempo van informatieverwerking
· Geheugen
· Schoolse vaardigheden, zoals lezen, rekenen, schrijven
· Logisch denken en probleemoplossend denken
· Leervermogen
Al deze vaardigheden zijn nodig om goed te kunnen leren. En iedereen met cognitieve stoornissen (hoe licht ook) zal dan ook leerstoornissen hebben.
Persoonlijkheid en gedrag
· Basisstemming. Bij beschadiging in de tussenhersenen kunnen mensen een andere basisstemming krijgen, bijv. heel somber of juist heel vrolijk. Het hersenletsel en de gevolgen in het dagelijks leven kunnen de stemming ook beinvloeden.
· Zelfbeeld en vertrouwen. Er veranderen dingen in de hersenen, waardoor sprake kan zijn van over-schatting of onderschatting van het eigen kunnen. Ook treedt vaak door de gevolgen van het hersenletsel onzekerheid op, omdat men niet meer weet wat men kan en leren moeilijker is.
· Impulscontrole. Veel mensen met hersenletsel hebben moeite met de balans tussen inspanning en ontspanning. Beschadigingen in het voorste deel van de hersenen leiden vaak tot gebrek aan controle daarover. Beschadigingen in het linkerdeel kunnen mensen passief maken, in het rechter deel kan vaak sprake zijn van ongeremd gedrag.
· Evaluatie van eigen gedrag, ziekteinzicht en oordeelsvermogen. In interactie met anderen is bij sommige mensen lastig een relatie te leggen tussen eigen gedrag en de reactie van de omgeving daarop en zich daar dus op aan te passen. Ook is sociaal inzicht, inlevingsvermogen soms verstoord.
· Soms is de persoonlijkheid zo veranderd, dat we volgens de DSM-IV spreken van een persoonlijkheidsstoornis
Wat kan Brainfact betekenen voor mensen met Niet-aangeboren hersenletsel
De diagnostiek van Brainfact geeft een totaaloverzicht van het persoonlijk, cognitief en psychofysiologisch functioneren, gerelateerd aan 25 meetpunten in de hersenen. We zien welke hersenprocessen goed functioneren en welke vertraagd of versneld of waar geen activiteit plaatsvindt. We kunnen een epileptisch EEG vaststellen en we kunnen adviseren op basis van het EEG welke medicatie wel/niet aan zal slaan.
Omdat mensen met niet-aangeboren hersenletsel allemaal andere gevolgen ondervinden, is individuele diagnostiek zeer belangrijk. Doordat we kunnen vergelijken met de uitgebreide normgroep kunnen we individuele verschillen op zowel persoonlijk, neuropsychologisch functioneren significant vaststellen.
Ten aanzien van behandeling weten we intussen dat neurofeedback-training hersenfuncties traint en beter in balans brengt. Daarmee kunnen meerdere genoemde klachten verminderen of verdwijnen.
Neurofeedbackbehandeling wordt altijd vooraf gegaan door een QEEG en uitgebreide klachteninventarisatie. Op basis hiervan wordt een behandelprotocol opgesteld en wordt met u besproken wat er van de behandeling te verwachten is. Met name problemen in de informatieverwerking, de prikkelverwerking, concentratie en planning en organisatie zijn klachten die met neurofeedback aanmerkelijk kunnen verbeteren.